Je bent hier:Taal > Stijlfiguren  
 
Hoofdpagina
Hulp
Links
 
 


Stijlfiguren

Er wordt afgeweken van het gewone taalgebruik om datgene wat je wilt zeggen, treffender, gevoeliger, sterker, of sierlijker uit te drukken.

Anticipatie
Normaal gesproken is de volgorde van de zinsdelen in een zin: onderwerp, persoonsvorm, andere zinsdelen. Wanneer je een andere woordvolgorde kiest en het woord voorop zet dat de nadruk moet hebben spreek je van een prolepis. Bij anticipatie is dit juist omgekeerd. Je bouwt als het ware een soort spanning op.

Antithese
Een antithese is een tegenstelling. Je combineert twee zaken met tegengestelde eigenschappen met elkaar.

Climax
Een reeks woorden die in betekenis steeds sterker worden.

kloppen, bonzen, beuken
bibberen, beven, sidderen


Cynisme
Wrede gevoelloze spot. Cynische opmerkingen maak je vaak uit frustatie.


Enumeratie
Een enumeratie is een opsomming.


Eufemisme

Het op een verzachtende manier / nette manier onder woorden brengen van iets dat heel naar of onsmakelijk is.

'ingeslapen' = overleden
'vomeren' = kotsen

Hyperbool
Iets erger maken dan het is.

Ik sta hier al eeuwen op je te wachten...
Hij schrok zich wezenloos.
De kinderen keken in de dierentuin hun ogen uit.

Understatement
Iets minder erg maken dan het is.

Het plan om een paar centen binnen te halen kon hij wel vergeten.

Inversie
Wanneer je in een zin een ander zinsdeel dan het onderwerp voorop plaatst. Het voorop geplaatste zinsdeel krijgt meer nadruk.

Morgen kom ik de CD bij je lenen. (i.p.v. Ik kom morgen een CD bij je lenen.)

Ironie
Een milde vorm van spot. Een ironische opmerking is nooit kwetsend, dan spreek je van sarcasme. Vaak bedoelt de spreker het tegenovergestelde van wat hij zegt.


Litotes
Een begrip nadrukkelijk bevestigen door het tegenovergestelde te ontkennen.

Dat heb je niet slecht gedaan (i.p.v dat heb je goed gedaan)


Paradox
Een paradox is een schijnbare tegenstelling. In eerste instantie lijkt het alsof de bewering niet klopt, als je er even over nadenkt, zie je de waarheid ervan in.


Prolepsis
Normaal gesproken is de volgorde van de zinsdelen in een zin: onderwerp, persoonsvorm, andere zinsdelen. Wanneer je een andere woordvolgorde kiest en het woord voorop zet dat de nadruk moet hebben spreek je van een prolepsis.


Repetitio
Je herhaalt letterlijk hetzelfde woord om er aandacht op te vestigen.


Retorische vraag
Een vraag die eigenlijk een mededeling is. Je kunt geen antwoord op de vraag geven, omdat het antwoord al in de vraag opgesloten ligt.


Sarcasme
Bijtende spot, die (anders dan ironie) niet vriendelijk bedoeld is, maar juist bedoeld om iemand naar beneden te halen.


Tautologie
Je herhaalt twee keer dezelfde woordsoort.

enkel en alleen
gratis en voor niets
eenzaam en verlaten


Understatement
Gebruik je om ernstige (of grote) zaken als minder ernstig (of minder groot) voor te stellen.


Woordspeling
Je speelt met de dubbele betekenis van een woord, met de letterlijke en de figuurlijke betekenis.

Muizen drinken nooit alcohol, omdat ze bang zijn voor een kater.

Homoniemen
Woorden die er toevallig hetzelfde uitzien, maar een verschillende betekenis hebben.

blik -> hij had een vreemde blik in zijn ogen
blik -> in dat blik zit rattengif

Synoniemen
Woorden die er verschillend uitzien, maar ongeveer hetzelfde betekenen.

toelichten
uitleggen

 

 
 
( ned-extra.nl 2001-2011 )