Je bent hier:Taal > Meervoud  
 
Hoofdpagina
Hulp
Links
 
 


Meervoud

Op deze pagina:

  1. Basis
  2. Apostrof
  3. Trema
  4. Woorden op -s en -f
  5. Enkele of dubbele medeklinker

Basis

Zoals zo vaak in het Nederlands hebben we voor de vorming van het meervoud een eenvoudig principe, maar een rits uitzonderingen om het onszelf moeilijk te maken.

Het principe is:

  • Een -s krijgen de woorden van twee lettergrepen of meer, die eindigen op -el, -em, -en, -er, of op -a, -e, -i, -o, -u en -y. Andere woorden krijgen -en.

Maar daar horen een paar opmerkingen bij:

  • Let vooral op de woorden op -y: baby-baby's, hobby-hobby's. Het Nederlands kent hier dus een andere regel dan het Engels.
  • Er zijn behoorlijk wat uitzonderingen op deze regel, zonder dat daar regeltjes voor te geven zijn (Koks, dictees, tralies)
  • Sommige woorden krijgen -eren (zoals eieren en runderen).
  • Traditionele beroepen die eindigen op -man krijgen in het meervoud -lui of -lieden (koopman-kooplieden, maar noorman-noormannen).
  • Bij sommige woorden mag je kiezen (zoals bij aardappels/aardappelen).
  • Sommige woorden hebben twee vormen die een verschil in betekenis aanduiden (zoals bladen en bladeren).
  • Bij sommige woorden is er een klinkerwisseling (schip-schepen)
  • Bij veel Latijnse woorden gebruiken we het Latijnse meervouden (chemicus-chemici).

Het lijkt gecompliceerder te worden, maar zij die met het Nederlands zijn opgegroeid, zullen hier desalniettemin weinig problemen mee hebben. Voor hen komen de problemen pas bij het schrijven. Vooral:

  • bij het kiezen voor een apostrof,
  • bij het gebruiken van een trema,
  • bij het kiezen tussen s en z, en tussen f en v,
  • bij gevallen waarin een dubbele medeklinker logisch lijkt, maar niet correct is.

Daarom daarover meer.

Apostrof

Het meervoud van auto levert een uitspraakprobleem op als we gewoonweg een -s zouden toevoegen. Immers: in autos zouden we de o van los uitspreken in plaats van de o van loos. We zouden dat op kunnen lossen door twee o's te schrijven, maar dat is nu eenmaal niet de "afspraak". Terwijl we een kleine auto als autootje spellen, schrijven we het meervoud als auto's. Maar voor het meervoud van autootje is een apostrof juist niet nodig: we schrijven autootjes. We zouden de regel hiervoor zo kunnen formuleren:

  • Een apostrof gebruiken we in het meervoud als een klinker eigenlijk verdubbeld zou moeten worden vanwege de uitspraak.

Bij cafť hebben we dus geen apostrof nodig, vanwege het accent en bij essay en bureau hebben we er evenmin eentje nodig. Maar als we buro willen schrijven (zolang het nog mag) moeten we er in het meervoud buro's van maken.

Trema

Wanneer een woord op -ie eindigt, eindigt het meervoud doorgaans op -en. Om uitspraakproblemen te voorkomen schrijven we daarbij een trema op de laatste e. Soms echter, is die e de enige, soms zijn er twee. De regel daarvoor is:

  • Als het accent van een woord op de ie-uitgang valt, schrijven we voor het meervoud -ieŽn, valt het accent er niet op, dan schrijven we -iŽn.

    Dus: financiŽn en symfonieŽn.

Woorden op -s en -f

Veel woorden op een -f krijgen een -v: kloof-kloven, graaf-graven, dief-dieven. Helaas geldt dit niet voor alle woorden op een -f (triomf-triomfen). De enige regelmatigheid die te ontdekken is, is dat (meerlettergrepige) woorden met de uitgang -oof of -aaf, de f houden.

Dus: fotograaf-fotografen, filosoof-filosofen.

Minstens zo moeilijk is het bij woorden op een -s: sommige krijgen een -z, maar andere houden de -s (kruis-kruisen naast kluis-kluizen). Er zit bij twijfel dus niets anders op dan het woordenboek of het Groene Boekje te gebruiken.

Enkele of dubbele medeklinker

Als een woord eindigt op -ik, -es of -et en als het accent niet op de laatste lettergreep valt, wordt de medeklinker niet verdubbeld. Dus: perzik-perziken, dreumes-dreumesen en lemmet-lemmeten.

Maar let op: verwar de -es niet met -is of -us, want daarbij wordt de -s wel verdubbeld: vonnis-vonnissen, krokus-krokussen.

 

 
 
 

(Bron: Taalthuis)

 
 
( ned-extra.nl 2001-2011 )